Verzorging
Paardendeken kiezen op basis van temperatuur
Een deken omgooien bij je paard klinkt simpel, maar de keuze tussen een lichte fleece en een dikke stalvuller van 400 gram maakt meer uit dan je denkt. Te warm dekt het risico op oververhitting en huidproblemen, te licht en je paard verbrandt onnodige energie aan het warmhouden van zijn lichaam. In dit artikel lees je precies welke vulling bij welke temperatuur past, waar je verder op let bij de keuze en hoe je EquiSight gebruikt om dekengebruik bij te houden per seizoen.
Foilsithe: 5/24/2026
EquiSight Editorial
Redactie · EquiSight · SaFleu Equestrian Centre BV

Waarom temperatuur het startpunt is
Veel paardeneigenaren kiezen een deken op gevoel of gewoonte, maar de buitentemperatuur is de meest betrouwbare maatstaf. Een gezond, niet-geschoren paard met een volle wintervacht heeft bij 5°C al een eigen isolatievermogen dat vergelijkbaar is met een lichte deken van 100 gram. Pas als het kwik zakt tot rond nul of lager, of als je paard geschoren of ouder is, is extra vulling echt nodig. Houd ook rekening met windkoud-effect: een stevige oostenwind bij 3°C voelt voor een paard alsof het -5°C is. Check daarom het weerbericht met gevoelstemperatuur, niet alleen de graden op de thermometer.
Dekenvulling per temperatuurzone
Gebruik onderstaand overzicht als praktische richtlijn voor een gezond, niet-geschoren paard dat buiten staat. Geschoren of zieke paarden hebben één categorie meer nodig.
- Boven 15°C: geen deken, eventueel een vliegendeken in de zomer
- 10–15°C: geen deken of maximaal een lichte fleece (0–100 gr) bij regen en wind
- 5–10°C: lichte deken 100–200 gr, zeker bij wisselvallig najaarsweer
- 0–5°C: middeldikke deken 200–300 gr, let op windchill
- Onder 0°C: zware stalvuller of outdoordeken 300–400 gr, bij vorst combineren met stalgebruik
Buiten- versus staldeken: wat is het verschil?
Een outdoordeken heeft een waterdichte buitenlaag van polyester of nylon en houdt regen en wind buiten. Een staldeken is zachter, niet waterdicht en zit comfortabeler aan voor een paard dat de nacht in de box doorbrengt. Gebruik nooit een natte outdoordeken in de box: de isolatie werkt dan omgekeerd en je paard koelt juist af. Heb je een paard dat zowel binnen als buiten staat, overweeg dan een combi-deken met afneembare hals, zodat je met één aankoop twee situaties afdekt.
Extra factoren naast de temperatuur
- Conditiescore: een mager paard (score 3 of lager) heeft altijd een extra laag nodig
- Leeftijd: paarden boven de 18 jaar reguleren warmte minder efficiënt
- Geschoren of niet: een volledig geschoren paard heeft bij 10°C al een deken van 200 gr nodig
- Activiteitsniveau: een paard in intensief sportprogramma heeft meer spiermassa en warmteproductie
- Beschutting in de wei: bomen of een kapschuur reduceren de windkoud-factor sterk
Dekenwissel bijhouden met EquiSight
In het paardendossier van EquiSight kun je per paard noteren welke deken wanneer is omgegaan, inclusief de reden. Dat klinkt misschien als een detail, maar als je in november merkt dat je paard gewichtsdalingen vertoont, is het enorm handig om terug te kijken of er een periode is geweest zonder deken bij lage temperaturen. Koppel dit aan de notities van je dierenarts of hoefsmid en je hebt een compleet beeld. EquiCoach kan je ook aan het begin van een koudeperiode herinneren om de dekenkast te checken en de maat van je deken te controleren, want een slecht passende deken met drukpunten op de schoft is net zo schadelijk als geen deken.
Maat en pasvorm: zo meet je correct
Een deken die schuift of knelt geeft schaafwonden en drukplekken. Meet je paard altijd van het midden van de borst tot het midden van de staartwortel langs de zijkant. De uitkomst in centimeters is je dekenlengte. Maten lopen doorgaans van 115 tot 165 cm in stappen van 5 cm. Controleer na het omdoen of je twee vingers plat tussen de halsopening en de schoft kunt steken en of de deken niet over het staartbeen trekt.
