Beheer
Elektrische omheining aanleggen voor paarden
Een goed aangelegd elektrisch raster houdt je paarden veilig binnen de wei en voorkomt kostbare uitbraken. Of je nu een tijdelijke paddock inricht of een permanente weideomheining aanlegt, de keuze van materiaal, spanning en aarding bepaalt of het systeem ook echt werkt. In dit artikel lees je stap voor stap hoe je een betrouwbare elektrische omheining neerzet, welke fouten je moet vermijden en hoe je het onderhoud bijhoudt.
Published: 5/24/2026
EquiSight Editorial
Redactie · EquiSight · SaFleu Equestrian Centre BV

Wat heb je nodig?
Voordat je begint, zorg je dat je de juiste onderdelen bij elkaar hebt. Voor een gemiddelde weide van 40 bij 40 meter heb je ruwweg 160 meter afrastering nodig. Kies voor paarden minimaal een lint van 40 mm breed of een touw van 6 mm — dunne draad geeft te weinig zichtbaarheid en verhoogt de kans op verwondingen. Verder heb je nodig: een schrikdraadapparaat (minimaal 3 joule outputvermogen voor grotere percelen), voldoende aardpennen (minstens 3 stuks van 1 meter), isolatoren die passen bij je palen, en een spanningmeter om de installatie achteraf te controleren.
Kies het juiste schrikdraadapparaat
Het apparaat is de motor van je systeem. Voor een enkele paddock van 20 bij 20 meter volstaat een eenvoudig netapparaat van 1–2 joule. Heb je meerdere percelen of begroeid terrein langs de lijn, kies dan voor minimaal 5 joule. Batterij- of zonne-energie-apparaten zijn handig op locaties zonder stroom, maar controleer elke week de laadstatus. Bewaar de aanschafdatum en het model in het paardendossier van EquiSight, zodat je weet wanneer het apparaat aan vervanging toe is.
Aarding: de meest gemaakte fout
Een slechte aarding is de oorzaak van 80% van de problemen met elektrische omheiningen. Gebruik minstens drie aardpennen van elk 1 meter, geslagen op onderlinge afstand van 3 meter. Verbind ze met speciaal aardkabel (groen, minimaal 6 mm²). Vermijd aarding via waterleiding of andere metalen constructies — dat is gevaarlijk en geeft een onbetrouwbare stroom. Controleer de aarding ieder seizoen: droge grond in de zomer verzwakt de geleiding aanzienlijk.
Lijnen spannen: hoogte en aantal
- Gebruik voor volwassen paarden minimaal 2 lijnen: de onderste op 50–60 cm, de bovenste op 90–110 cm hoogte.
- Voeg bij veulens of ponys een derde lijn toe op 30 cm hoogte.
- Span het lint strak genoeg om doorzakken te voorkomen, maar niet zo strak dat het breekt bij winddruk.
- Gebruik hoekisolatoren op elke bocht om spanningsverlies te minimaliseren.
- Verbind lange lijnen tussentijds met verbindingsklemmen voor continu contact.
Spanning controleren en testen
Na de installatie meet je de spanning op het verste punt van het apparaat. Een goed werkend systeem heeft daar nog minimaal 3.000 volt. Alles onder de 2.000 volt is onvoldoende voor paarden. Gebruik een digitale spanningmeter — die geeft een exacte waarde, in tegenstelling tot een eenvoudig lampje. Plan in EquiSight een terugkerende herinnering elke twee weken om de spanning te controleren. Noteer de waarden in het paardendossier; zo zie je snel of er een dalende trend is die wijst op een defect.
Veelvoorkomende problemen oplossen
- Spanning valt terug: controleer of vegetatie de lijn raakt en snoei direct terug.
- Apparaat geeft geen pieptoon: check de zekering of accu.
- Paard respecteert het raster niet meer: meet de spanning, een kort contact kan voldoende zijn om het dier af te stompten.
- Verbindingsklemmen roesten: vervang ze jaarlijks door roestvrijstalen exemplaren.
- Isolatoren zijn gebroken: inspecteer alle isolatoren na storm of vorst.
Veiligheid en gewenning van je paard
Introduceer een paard dat nog nooit elektrisch raster kende altijd op een rustig moment. Leid het op loopafstand langs de lijn zodat het de tik ervaart zonder in paniek te raken. Paarden die schrikken en een lijn meenemen, raken in de war en kunnen gevaarlijk reageren. Laat EquiCoach je helpen een gewenningsplan te maken op basis van het karakter en de leeftijd van je paard — zo ga je gericht te werk en vermijd je onnodige stress.
