Hoefverzorging
Hoefroteren bij laminitis: wat gebeurt er?
Laminitis is een van de meest gevreesde aandoeningen bij paarden, en hoefroteren is de ernstigste complicatie ervan. Wanneer de lamellen in de hoef ontstoken raken en bezwijken, kan het hoefbeen letterlijk van positie verschuiven. Begrijpen wat er anatomisch gebeurt, helpt je als eigenaar om signalen eerder te herkennen en beter samen te werken met je hoefsmid en dierenarts.
Objavljeno: 5/24/2026
EquiSight Editorial
Redactie · EquiSight · SaFleu Equestrian Centre BV

Wat is de lamellaire verbinding?
Binnen de hoefwand zit een bijzonder weefsel: de lamellen. Dit zijn microscopisch kleine vingerachtige uitsteeksels die het hoefbeen (os pedis) stevig verbinden met de binnenkant van de hoefwand. Er zijn twee typen: de gevoelige lamellen aan de kant van het hoefbeen en de ongevoelige lamellen aan de kant van de hoefwand. Samen vormen ze een soort klittenband met een enorme draagkracht — ze houden een paard van 600 kg moeiteloos op zijn benen. Bij laminitis raken juist deze lamellen ontstoken en beschadigd door verminderde doorbloeding, waardoor die verbinding zwakker wordt.
Hoe ontstaat roteren precies?
Wanneer de lamellen door ontsteking afsterven, verliest het hoefbeen zijn stevige verankering. De diepe buigpees trekt continu aan de achterkant van het hoefbeen. Als de lamellen niet meer sterk genoeg zijn om die trekkracht te weerstaan, roteert de punt van het hoefbeen naar beneden, richting de zool. In ernstige gevallen kan de punt van het hoefbeen door de zool breken — wat ook wel 'doorbreken' of sinking wordt genoemd. Rotering wordt gemeten in graden op een röntgenfoto: al bij 5 graden is er sprake van een significante verschuiving; meer dan 10-15 graden wordt als ernstig beschouwd.
Signalen die je thuis kunt zien
Rotering begint niet van de ene op de andere dag. Deze vroege waarschuwingssignalen verdienen directe actie:
- Typische 'laminitishouding': gewicht afwentelen op de achterbenen, voorbenen ver naar voren
- Verhoogde pols in de kootader (voelbaar aan de binnenkant van het kootgewricht)
- Warmte in de hoefwanden, ook bij koud weer
- Terughoudendheid om te draaien of op harde ondergrond te lopen
- Zichtbare ringen in de hoefwand die niet evenwijdig aan de kroondrand lopen
Diagnose: röntgenfoto is de gouden standaard
Alleen met röntgenfoto's kun je met zekerheid vaststellen of en hoeveel het hoefbeen is geroteerd. De dierenarts maakt standaard een laterale opname (zijaanzicht) waarbij de afstand tussen de voorkant van de hoefwand en de voorkant van het hoefbeen wordt gemeten. Ook de dikte van de zool — normaal minimaal 15-20 mm — is een cruciale maat. Een dunne zool vergroot het risico dat de hoefbeenpunt doorbreekt. Op basis van deze foto maakt de hoefsmid een behandelplan voor orthopedisch beslag of verband.
Behandeling: rust, beslag en voeding
De behandeling van hoefroteren draait om drie pijlers die je altijd in overleg met je dierenarts en hoefsmid inzet:
- Diepe zandbox of zacht strobed: verdeelt het gewicht gelijkmatig over de hele zool
- Orthopedisch beslag: verhoogt de hak om de trekkracht van de diepe buigpees te verminderen
- Strikt dieet: elimineer graan en suikerrijk gras, maximaal 1,5% lichaamsgewicht in laag-NSC ruwvoer
- Pijnbestrijding: NSAID's zoals fenylobutazon in overleg met de dierenarts
- Regelmatige röntgencontrole: elke 6-8 weken om herstel te monitoren
Langetermijnbeheer en digitaal dossier
Een paard dat eenmaal laminitis met rotering heeft doorgemaakt, blijft gevoelig. Consistente opvolging is essentieel: bijhouden wanneer beslag is gezet, welke röntgenwaarden zijn gemeten en hoe het voedingsplan eruitziet. In het paardendossier van EquiSight sla je alle hoefmetingen, beslagdata en dierenartsbevindingen op één plek op. Via de agenda herinner je jezelf automatisch aan de volgende hoefsmidafspraak. De EquiCoach-functie helpt je ook om patronen te zien: neemt de gevoeligheid toe rond bepaalde periodes, bijvoorbeeld bij een nat voorjaar met weelderig gras?
