Aandoeningen
Hartruis bij paarden: wanneer moet je handelen?
Bij een routinecontrole hoort de dierenarts een ruisend geluid bij het hart van jouw paard. Meteen paniek? Niet altijd nodig. Hartruis is bij paarden relatief vaak aanwezig en lang niet altijd een teken van ernstige ziekte. Toch is het belangrijk te begrijpen wat het verschil is tussen een onschuldige functionele ruis en een ruis die wijst op een onderliggend hartprobleem. In dit artikel lees je hoe hartruis ontstaat, welke graden bestaan, wanneer je je zorgen moet maken en wat je in de praktijk kunt doen als eigenaar of ruiter.
Published: 5/24/2026
EquiSight Editorial
Redactie · EquiSight · SaFleu Equestrian Centre BV

Wat is hartruis precies?
Een hartruis is een extra geluid dat de dierenarts hoort via de stethoscoop, bovenop de normale harttonen. Het ontstaat door turbulente bloedstroom door of langs de hartkleppen. Bij mensen kennen we dit fenomeen ook. Het betekent niet automatisch dat er iets mis is met het hart zelf. Bij paarden wordt hartruis ingedeeld op een schaal van 1 tot 6, waarbij graad 1 nauwelijks hoorbaar is en graad 6 zelfs zonder stethoscoop te horen valt. Graden 1 tot 3 zijn meestal functioneel en goedaardig; graden 4 tot 6 vragen bijna altijd om verder onderzoek.
Functioneel versus pathologische ruis
Het grootste onderscheid dat een dierenarts maakt is tussen een functionele en een pathologische ruis. Een functionele ruis heeft geen structurele oorzaak en verdwijnt soms zelfs bij hogere hartfrequentie of na inspanning. Een pathologische ruis wijst op een afwijking aan de hartklep of de hartwand. De meest voorkomende oorzaak van een pathologische ruis bij paarden is klepinsufficiëntie, waarbij een klep niet goed sluit en bloed terugstroomt. De mitralisklep en aortaklep zijn daarbij het meest betrokken. Aangeboren hartafwijkingen komen voor maar zijn zeldzamer.
Signalen die wijzen op een ernstig probleem
- Verminderd prestatievermogen zonder duidelijke andere oorzaak
- Snel vermoeid raken bij relatief lichte arbeid
- Opgezwollen benen of buik door vochtophoping (oedeem)
- Onregelmatige hartslag of zichtbare onrust na inspanning
- Spontane zwakte, struikelen of bijna vallen zonder aanwijsbare reden
- Graad 4 of hoger bij auscultatie, gecombineerd met bovenstaande klachten
Onderzoek: van stethoscoop tot echo
Als de dierenarts een ruis constateert, bepaalt de graad en het moment in de hartcyclus (systolisch of diastolisch) de volgende stap. Een diastolische ruis wordt vaker als significanter beschouwd dan een systolische. Vervolgonderzoek bestaat doorgaans uit een echocardiografie (hartecho) en een ECG, soms gecombineerd met een inspannings-ECG. Met een echo kan de dierenarts de klepfunctie, de grootte van de hartkamers en de bloedstroom beoordelen. Geef je dierenarts zo volledig mogelijke informatie: hoe lang je al iets opvalt, bij welke belastingsniveaus en hoe frequent. Via het paardendossier in EquiSight kun je observaties bijhouden zodat je bij elk consult meteen een compleet beeld geeft.
- Echocardiografie: goudstandaard voor klepbeoordeling
- ECG in rust: detecteert ritmestoornissen
- Inspannings-ECG: legt verborgen aritmieën bloot
- Bloedonderzoek: sluit anemie of infectie als oorzaak uit
Wat betekent dit voor gebruik en belasting?
Een paard met een graad 1 of 2 functionele ruis en geen bijkomende symptomen kun je in de meeste gevallen gewoon blijven berijden en trainen. Bij een bevestigde klepinsufficiëntie hangt het advies af van de ernst: een lichte lekkage van de tricuspidalisklep bij een recreatiepaard vraagt om jaarlijkse controle, maar dwingt niet direct tot pensioen. Bij wedstrijdpaarden of intensief gebruikte springen- of dressuurruiters gelden strengere normen; sommige keuringsdierenartsen keuren een paard af bij graad 3 of hoger. Bespreek met je dierenarts een realistisch gebruiksplan en stel reminders in via de EquiSight-agenda voor periodieke hartcontroles.
Preventie en monitoring in de praktijk
Hartruis voorkom je zelden, maar vroegtijdige signalering maakt een groot verschil. Laat bij elk jaarlijks gezondheidsonderzoek standaard het hart beluisteren. Houd zelf bij of je paard na inspanning langer dan normaal nodig heeft om bij te komen, en log dit in het paardendossier. EquiCoach kan op basis van ingevoerde gezondheids- en trainingsdata patronen herkennen en je attenderen op veranderingen die een nader onderzoek rechtvaardigen. Een vroeg ontdekte klepafwijking geeft jou en je dierenarts de meeste ruimte om weloverwogen keuzes te maken.
