Aandoeningen
Headshaking bij paarden: oorzaken en aanpak
Headshaking is een van de meest frustrerende aandoeningen die een paard kan hebben: het dier schudt oncontroleerbaar met zijn hoofd, soms zo hevig dat rijden onmogelijk wordt. In Nederland kampt naar schatting 1 op de 200 paarden met een ernstige vorm van dit syndroom. De oorzaken zijn divers en de diagnose is vaak een langdurig puzzelwerk, maar met de juiste aanpak is voor veel paarden verbetering mogelijk.
Objavljeno: 5/24/2026
EquiSight Editorial
Redactie · EquiSight · SaFleu Equestrian Centre BV

Wat is headshaking precies?
Bij headshaking-syndroom maakt een paard onvrijwillige, plotselinge hoofdbewegingen — meestal verticaal, soms ook lateraal of in cirkels. Het gaat nadrukkelijk niet om gedragsproblemen of ongehoorzaamheid. De bewegingen worden veroorzaakt door een overgevoeligheid of overprikkeling van de nervus trigeminus, de grote zenuw die het gevoel in het hoofd en de neus verzorgt. Paarden wrijven hun neus vaak over de grond of de voorvoet, alsof ze een insect proberen weg te jagen. Symptomen kunnen seizoensgebonden zijn — met een piek in het voorjaar en de zomer — of het hele jaar aanwezig zijn. Warmbloeden van 7 tot 10 jaar oud worden vaker getroffen dan andere typen paarden.
Mogelijke oorzaken op een rij
Er is zelden één enkele oorzaak. Factoren die headshaking kunnen veroorzaken of verergeren:
- Trigeminale neuropathie: overprikkeling van de gezichtszenuw, vaak door licht (fototrigeminus-syndroom)
- Allergieën voor pollen, stof of schimmelsporen
- Tandproblemen, zoals scherpe punten of een slecht zittende bit
- Oor- of bijholteontsteking
- Problemen met het hoofdstel of de pasvorm van het bit
Hoe stelt de dierenarts de diagnose?
Een diagnose stelt de dierenarts stap voor stap. Eerst wordt een volledig klinisch onderzoek gedaan: gebit, oren, hoofd en hals. Daarna volgt vaak een rijtest om vast te stellen of de verschijnselen toenemen tijdens het rijden. Als trigeminale neuropathie vermoed wordt, kan de dierenarts een zogenoemde neus-maskertest uitvoeren: een fijn gazen kap die de neus bedekt. Bij 70% van de paarden met fototrigeminus-syndroom nemen de symptomen hiermee merkbaar af. Bloedonderzoek, röntgenfoto's van de bijholten of een endoscopie kunnen aanvullende informatie geven. Noteer in het EquiSight paardendossier wanneer symptomen optreden — tijdstip, weer, activiteit — zodat je de dierenarts een duidelijk patroon kunt laten zien.
Behandelmogelijkheden en hulpmiddelen
- Neusmasker of -franje: verlicht bij veel paarden direct de symptomen door de neuszenuw minder te prikkelen
- Lichtfilter of -bril: helpt paarden waarbij zonlicht de belangrijkste trigger is
- Melatonine: dagelijks 12 mg kan bij seizoensgebonden headshaking de symptomen met 30–60% verminderen
- Magnesiumsuppletie: toevoeging van 5–10 gram per dag wordt door sommige eigenaren positief beoordeeld
- Percutane elektrische zenuwstimulatie (PENS): een nieuwe behandeling waarbij de trigeminuszenuw wordt 'gereset', met goede resultaten bij 60–70% van de behandelde paarden
Aanpassingen in dagelijks beheer
Naast medische behandeling kun je de omgeving aanpassen om triggers te beperken. Rij bij voorkeur vroeg in de ochtend of laat in de avond als het pollengehalte laag is. Gebruik een fijnmazig vliegendek met oorkapjes en een neusfranje. Kies een bitloos hoofdstel of experimenteer met een zachter, goed passend bit. Sommige paarden reageren ook positief op een verhoging van de rauwvezelinname en vermindering van zetmeel. Gebruik de EquiSight agenda om te plannen op dagen met een lage pollenwaarschuwing en je bevindingen bij te houden. Na aanpassingen kun je EquiCoach vragen om patronen in je notities te analyseren en je te helpen de meest effectieve combinatie van maatregelen te identificeren.
Wanneer is stoppen met rijden de beste keuze?
Voor sommige paarden is het headshaking-syndroom zo ernstig dat rijden gevaarlijk is — voor het paard én de ruiter. Als een paard tijdens het rijden meer dan twee tot drie keer per minuut schudt en niet reageert op meerdere behandelingen, is het verstandig samen met de dierenarts te beoordelen of turnout in een rustige weide een humaner alternatief is. Dit is geen falen: het is de beste zorg. Documenteer in het paardendossier alle behandelingen, reacties en perioden van verbetering of verslechtering, zodat toekomstige dierenartsen direct een volledig beeld hebben.
