Gezondheid
Koliek bij paarden: vroege symptomen herkennen
Koliek is de meest voorkomende medische noodsituatie bij paarden en een van de belangrijkste doodsoorzaken. Toch kun je met de juiste kennis veel eerder ingrijpen dan de meeste paardeneigenaren denken. Hoe eerder je de eerste signalen oppikt, hoe groter de kans op een voorspoedig herstel. In dit artikel lees je welke vroege symptomen op koliek kunnen wijzen, wanneer je direct de dierenarts belt en hoe je het paardendossier in EquiSight kunt gebruiken om patronen in de gezondheid van je paard bij te houden.
Publicat: 5/24/2026
EquiSight Editorial
Redactie · EquiSight · SaFleu Equestrian Centre BV

Wat is koliek precies?
Koliek is geen ziekte op zichzelf, maar een verzamelbegrip voor buikpijn bij paarden. De oorzaken lopen sterk uiteen: van een lichte gasophoping of verstopping tot een levensgevaarlijke darmverdraaiing. Ongeveer 80% van de koliekgevallen lost op zonder operatie, maar dat betekent niet dat je kunt afwachten. Bij een darmverdraaiing of -beklemming telt elke minuut. De sleutel is vroeg herkennen en snel handelen — en dat begint bij het kennen van het normale gedrag van jouw paard.
De eerste waarschuwingssignalen
Vroege koliek uit zich vaak in subtiele gedragsveranderingen die makkelijk over het hoofd worden gezien. Let op de volgende signalen:
- Minder interesse in voer of water dan normaal
- Onrustig heen en weer lopen in de box
- Vaker dan normaal naar de buik kijken of kauwen op de flank
- Licht zweten zonder fysieke inspanning
- Veranderd mestgedrag: minder of helemaal geen mest in de afgelopen 6-8 uur
Duidelijkere symptomen die direct actie vragen
Als de pijn toeneemt, worden de signalen explicieter. Dit zijn tekenen dat de koliek al verder gevorderd is en dat je onmiddellijk de dierenarts moet bellen:
- Pawing: herhaaldelijk stampen met een voorbeen
- Neerleggen en snel weer opstaan, soms meerdere keren per minuut
- Rollen of wentelen, waarbij het paard zichzelf soms tegen de wand slaat
- Verhoogde hartslag boven 48 slagen per minuut in rust
- Opgezette of gespannen buik, hoorbare darmgeluiden of juist volledige stilte
- Bleke of vuil-roze slijmvliezen en een capillary refill time van meer dan 2 seconden
Hartslag meten: de snelste indicator
De rusthartslag van een gezond paard ligt tussen 28 en 44 slagen per minuut. Bij koliek stijgt dit vaak al vroeg, nog voordat het paard zichtbaar onrustig wordt. Meet de hartslag met een stethoscoop achter de linkerelleboog. Een hartslag boven 60 bij rust is een acuut alarmsignaal en rechtvaardigt altijd een direct telefoontje naar de dierenarts. Registreer de waarde met de datum en tijd in het paardendossier van EquiSight, zodat je die informatie meteen bij de hand hebt wanneer de dierenarts belt.
Risicofactoren die je kunt bijhouden
Sommige paarden zijn gevoeliger voor koliek door omgevings- of managementfactoren. Veelvoorkomende risicofactoren zijn:
- Plotselinge verandering in voersoort of -hoeveelheid
- Beperkte beweging, bijvoorbeeld door langdurige boxrust
- Onvoldoende wateropname, zeker in winter bij drinkbakken met koud water
- Zandopname via grazen op kale, zandige weiden
- Parasieten, met name grote strongylen bij onvoldoende ontworming
Patronen herkennen met EquiSight
Koliek is in veel gevallen herhaalbaar: paarden die eerder koliek hadden, lopen een verhoogd risico. Door gezondheidsnotities, voerschema's en dierenartsvisiters consequent bij te houden in het paardendossier, zie je snel of er een patroon zit in timing of omstandigheden. EquiCoach kan op basis van die gegevens terugkerende risicomomenten signaleren, zoals koliekaanvallen die steeds na een verandering in het hooisoort optreden. Zo stap je van achteraf reageren over naar vooruitdenken.
Wanneer bel je de dierenarts?
Twijfel je? Bel. Een onnodige oproep kost je misschien een consult, maar te lang wachten kan je paard het leven kosten. Bel direct bij een hartslag boven 52 in rust, bij aanhoudend rollen dat je niet kunt stoppen, bij een paard dat volledig apathisch is of bij zichtbaar opgezette buik. Geef de dierenarts altijd de hartslag, de laatste mestproductie, de temperatuur en een korte beschrijving van het gedrag. Die informatie helpt de dierenarts inschatten hoe urgent de situatie is en wat er meteen gedaan moet worden.
