Gezondheid
Worminfectie bij je paard: symptomen en aanpak
Een worminfectie is een van de meest voorkomende gezondheidsproblemen bij paarden. Toch zijn de symptomen vaak vaag of lijken ze op andere aandoeningen, waardoor een infectie snel over het hoofd wordt gezien. Weet je waar je op moet letten, dan kun je vroeg ingrijpen en je paard veel ongemak besparen. In dit artikel lees je welke signalen op wormen kunnen wijzen, welke wormen het vaakst voorkomen in Nederland en hoe je een gerichte ontworming aanpakt.
发布日期: 5/23/2026
EquiSight Editorial
Redactie · EquiSight · SaFleu Equestrian Centre BV
Welke wormen komen het meest voor?
In Nederland zijn grote strongyliden, kleine strongyliden (cyathostominen), spoelwormen, aarswormen en botsvliegen de meest voorkomende parasieten bij paarden. Kleine strongyliden zijn veruit de grootste boosdoener: ze kunnen zich inkapselen in de darmwand en massaal vrijkomen in het voorjaar. Dit staat bekend als cyathostominose en kan ernstige darmschade veroorzaken. Jonge paarden tot drie jaar zijn extra gevoelig voor spoelwormen, terwijl volwassen paarden meer last hebben van strongyliden. Weten welke worm je paard heeft, is essentieel voor de juiste behandeling.
Veelvoorkomende symptomen van een worminfectie
De symptomen variëren sterk per wormsoort en de ernst van de infectie. Let op de volgende signalen:
- Gewichtsverlies of een slechte conditiescore ondanks voldoende voer
- Een dof, dik of opgezet buikje, vooral bij jonge paarden (spoelwormen)
- Aanhoudende of terugkerende diarree, soms met slijm
- Jeuk rondom de anus en schuren van de staart (aarswormen)
- Koliekachtige klachten zonder duidelijke andere oorzaak
- Verminderde energie en verminderd prestatievermogen
- Zichtbare wormen of wormsegmenten in de mest
Wanneer zijn symptomen een alarmsignaal?
Sommige symptomen vragen om direct handelen. Acute cyathostominose gaat gepaard met ernstige waterige diarree, snel gewichtsverlies en sufheid. Dit kan binnen enkele dagen levensbedreigend zijn, zeker bij paarden ouder dan vijftien jaar of paarden die recent een stressvolle periode hebben doorgemaakt. Koliek in combinatie met een hoge wormdruk — vastgesteld via een fecaal eionderzoek — is ook een reden om dezelfde dag nog de dierenarts te bellen. Wacht niet af als meerdere symptomen tegelijk optreden.
Fecaal eionderzoek: dé basis voor gerichte aanpak
Blindelings ontwormen is achterhaald. Resistentie tegen ontwormingsmiddelen neemt toe doordat paarden jarenlang preventief werden behandeld zonder te controleren of het nodig was. Een mestonderzoek (EPG-telling, eieren per gram mest) geeft inzicht in de wormdruk. Een uitslag boven 200-300 EPG vraagt om behandeling. Laat ook een larvale cyathostominentest uitvoeren als je paard in het najaar of winter klachten vertoont. Bespreek de uitslag met je dierenarts en leg de gegevens vast — in EquiSight kun je uitslagen en behandelingen bijhouden in het paardendossier, zodat je over de jaren een duidelijk beeld opbouwt.
Ontwormen: middelen en timing
Er zijn drie werkzame stoffen beschikbaar in Nederland: ivermectine, moxidectine en fenbendazol. Ivermectine werkt goed tegen de meeste volwassen wormen, maar niet tegen ingekapselde larven. Moxidectine is effectiever tegen die larven en wordt vaak ingezet bij verhoogd risico op cyathostominose. Fenbendazol wordt minder vaak gebruikt vanwege toenemende resistentie. Behandel bij voorkeur op basis van een mestonderzoek en controleer het effect 14 dagen na ontworming met een nieuw onderzoek. Gebruik de agenda in EquiSight om herinneringen in te stellen voor opvolgonderzoeken.
- Ivermectine: breed spectrum, beschikbaar als pasta of gel
- Moxidectine: effectief tegen ingekapselde larven, niet voor veulens onder 4 maanden
- Fenbendazol: controleer resistentie via nacontrole na 14 dagen
- Praziquantel: specifiek voor lintwormen, vaak gecombineerd met ivermectine
Weidemanagement verkleint wormdruk aanzienlijk
Medicatie alleen is niet genoeg. Wormeieren overleven maanden op het land. Ruim mest minimaal drie keer per week op van kleine weiden. Wissel weilanden af en laat percelen minstens zes weken leeg, bij voorkeur in de zomer wanneer UV-licht en droogte eieren afbreken. Beperk de bezetting tot maximaal één paard per hectare op permanent weiland. Schaap of rund samen weiden helpt: zij nemen paardenwormlarven op als doodlopende gastheer. Leg weideplanning en mestbeheer vast zodat je jaar op jaar kunt vergelijken wat werkt voor jouw situatie.
